PBT/PMT Workshop

Evenementen

Op vrijdag 25 oktober 2024 organiseerde het RIVM voor de vijfde keer een nationale workshop over Persistentie, Bioaccumulatie/Mobiliteit en Toxiciteit (PBT/PMT).

Het evenement was een inspirerende middag met meer dan honderd deelnemers uit diverse expertisegebieden, waaronder waterschappen, omgevingsdiensten, universiteiten, industrie, beleidsmakers, beleidsadviseurs, inspecteurs en risicobeoordelaars.

Tijdens de workshop is uitgebreid stilgestaan en discussie gevoerd over de recente wijzigingen in de CLP Verordening: de toevoeging van gevaarsclassificatie systematiek, criteria en richtsnoeren voor verschillende soorten persistente stoffen PBT, vPvB, PMT en vPvM.

Er werd teruggeblikt op meer dan 20 jaar PBT/vPvB-beoordeling: welke stoffen en stofgroepen zijn tot nu toe als PBT/vPvB geïdentificeerd en welke belangrijke lessen zijn er geleerd? Met behulp van de PBT-screeningtool werd geïllustreerd welke stoffen, die hoog scoren in de screening, al zijn beoordeeld en welke nog verder onderzocht kunnen worden. De recent door het RIVM ontwikkelde PMT-screeningtool liet zien welke stofgroepen hoog scoren op (mogelijke) PMT-achtige eigenschappen. Er werd toegelicht hoe deze scores, gecombineerd met aanvullende informatie zoals experimentele gegevens, productievolume, gebruik en milieumetingen, kunnen helpen bij het prioriteren van stoffen voor geharmoniseerde classificatie als PMT/vPvM of voor stofevaluatie.

Drie pitches van deelnemers brachten praktische inzichten 'vanuit het veld'. De eerste pitch behandelde de technische mogelijkheden om in complexe mengsels, zoals diesel, de verschillende componenten te identificeren, te kwantificeren en te screenen op persistentie. De tweede pitch toonde hoe via internetinformatie uit stofgegevensbladen kan worden geëxtraheerd om eigenschappen van mogelijke ZZS-stoffen (zeer zorgwekkende stoffen) te verzamelen, ter aanvulling op fysieke uitvraag bij bedrijven of controles. De laatste pitch was een pleidooi vanuit de waterbedrijvensector om de aankomende Europese stofclassificaties te gebruiken om eisen aan lozingen te stellen.